Agenda
Dietrich Buxtehude (1637-1707)
* Toccata in F
Heinrich Scheidemann (1596-1663)
* Canzona in G
Melchior Schildt (1593-1667): Magnificat Primi Toni:
* melodie in tenor
* koraalfantasie
* ricercare
* melodie in tenor
* melodie in sopraan
Eugène Gigout (1844-1925)
* Grand Chœur Dialogué
Louis James Alfred Lefébure-Wely (1817-1870)
* Uit: Meditaciones Religiosas (1858, op. 122): Andante
César Auguste Franck (1822-1890)
* Deuxiême Choral (1890)
Louis Vierne (1870-1937)
* Uit Trois pièces de fantaisie: Cathédrales op 55 nº 3 (1927).
Maurice Duruflé (1902-1986)
* Prélude et Fugue sur le nom d’Alain op. 7 (écrit à la mémoire de Jehan Alain) (1943)
Marcel Dupré (1886-1971)
* Uit Le Tombeau de Titelouze op. 38: Te lucis ante terminum
Charles Marie Widor (1844-1937)
* Uit 5iême Symphonie: Toccata
Toelichting:
Het openingsstuk van Gigout is een dubbelkorig werk, dat ook wel met koperblazers en orgel wordt uitgevoerd. Het is een markant en feestelijk stuk, dat een concert evengoed zou kunnen afsluiten als openen.
Dan volgt van een van de populairste organisten en componisten van zijn tijd, Lefébure-Wely, een eenvoudig Andante, waarin we een wat melancholieke melodie horen met vrolijke, haast kitscherige vogelgeluidjes erboven. De muziek was voor de liturgie bedoeld!
De drie koralen van César Franck zijn in zijn laatste levensjaar geschreven, en worden door velen als zijn muzikale testament beschouwd. Het eerste thema uit zijn Deuxiême Choral wordt in vier passacaglia-achtige passages voorgesteld en uitgebouwd. Daarna volgt een Cantabile met een tweede thema dat opnieuw crescendo wordt uitgewerkt in een dialoog tussen harmonische frases op het hoofdwerk en meer beweeglijke chromatische motieven in het zwelwerk. Het mondt uit in een serene passage waarin de Voix Humaine het woord krijgt. Na een contrasterend Largamente con Fantasia waarin grote akkoorden en snelle loopjes elkaar afwisselen, volgt een fuga op het eerste thema als aanzet naar een lange crescendo tot het eerste thema fortissimo weerklinkt. Toch eindigt dit meesterwerk van de negentiende eeuwse orgelliteratuur in dezelfde serene sfeer die ook al de eerste helft van het stuk afsloot.
“Cathédrales” van Vierne werd opgedragen aan diens leerling Edward S. Barnes, die later organist werd in Philadelphia, USA. Grappig genoeg is het verwant aan Debussy’s “La Cathédrale engloutie” (1910). De vele octaven en kwinten, en de zeer lange klankbogen, die op het Groenlose orgel uistekend tot hun recht komen, roepen de sfeer op van een enorme Gotische kathedraal.
De Prélude et Fugue van Duruflé, is geschreven ter nagedachtenis aan Jehan Alain. Uit de naam ‘ALAIN’ haalt Duruflé de 5 noten waarop het werk is gebaseerd: ‘A.D.A.A.F.’. Daarnaast klinkt ook het thema van de bekende Litanies van Alain door in de prélude van Duruflé. Verder is de Prélude vol impressionistisch penseelwerk, terwijl de Fugue een gestage, bijna klassieke en op Bach lijkende opbouw kent, vol kaleidoscopische harmonieën, uiteindelijk uitmondend in een stralend fortissimo.
Dupré schreef een verzameling van 16 koraalbewerkingen op Gregoriaanse hymnen: Le tombeau de Titelouze (Titelouze heeft deze koralen ook bewerkt.) Te lucis ante terminum is een verstilde avondhymne. De nederlandse tekst luidt: “Aan het einde van de dag vragen wij U, Schepper van alle dingen, of U in uw barmhartigheid onze beschermer en wachter wilt zijn.”
De overbekende, feestelijke Toccata van Widor tenslotte is een typische exponent van de Franse laatromantische toccata: een ononderbroken beweging in de handen (perpetuum mobile) vergezeld van een eenvoudig ritme in de pedaalpartij. Andere prachtige voorbeelden van dit type toccata zijn die van Gigout (b mineur), Boëlmann (Suite Gothique), Vièrne (slotdeel van eerste symphonie), en uiteraard de culminatie van de Franse toccatavorm: Duruflé’s Suite op. 5, die ik ook eens graag in Groenlo hoop uit te voeren.
Georg Muffat (1653-1704):
* Uit: “Apparatus Musico-organisticus” (Salzburg 1690): Toccata Sexta
Heinrich Scheidemann (1596-1663):
* Canzona in G
Johann Sebastian Bach (1685-1750):
* Toccata, Adagio et Fuga C-Dur, BWV 564
Helaas is op de achtergrond steeds een draaiorgel te horen dat buiten de kerk speelde. Op zich leuk, maar niet tijdens Bach’s adagio! 
In samenwerking met Maaike Bosscher, harp.
Harp en orgel:
Georg Friedrich Händel (1685-1759): Concert nº 6 in Bes
* Andante allegro
* Larghetto
* Allegro moderato
Orgel solo:
John Stanley (1712-1786): uit “10 Voluntaries op. 7”:
* Voluntary III in d minor
* Voluntary IX in G major
Harp solo:
Bernard Andrès (*1941): Six danses d’Automne
Orgel solo:
Louis Vierne (1870-1937): uit “24 pièces en stile libre”:
* Berceuse
* Pastorale
Harp en orgel:
Claude Debussy (1862-1918): Danse Sacrée et Danse Profane
I.s.m. Mathieu Polak, beiaard.
15.00 uur, Lutherse kerk:
Johann Sebastian Bach (1685-1750):
* Air uit orkestsuite nr. 3
John Stanley (1713-1786):
* Voluntary in d minor, op. 5 nr. 8
15.20 uur, Wijnhuiscarillon:
Johann Sebastian Bach:
* Selectie uit de Goldbergvariaties
Maurice Ravel (1875-1937):
* Chanson Hebraique ‘Mejerke, main Suhn’
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791): uit “Lieder aus Mozarts Jugendzeit”:
* An die Freude
15.45 uur, Walburgiskerk:
Johann Sebastian Bach:
* Toccata, Adagio et Fuga C-Dur, BWV 564
Een programma met laat-barokke en rococo-muziek, i.s.m. Mirjam Berendsen-van der Meulen, orgel
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788): Sonata per il Organo solo in a-moll Wq.70:
* Allegro assai
* Adagio
* Allegro
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791):
* Andante in F, KV 616
Joseph Haydn (1732-1809): Uit “Stücke für die Flötenuhr”:
* Allegretto (19)
* Allegro Moderato (3)
* Andante (2)
* Andante (4)
* Menuett - Allegretto (11)
* Presto (12)
Orgel vierhandig:
Georg Friedrich Händel (1685-1759): Concert nº 6 in Bes
* Andante allegro
* Larghetto
* Allegro moderato
Jan Pieterszoon Sweelinck (1565-1621)
* 4 variaties over “Allein Gott in der Höh sei Ehr”
Matthias Weckmann (1616-1674)
* Magnificat secundi toni:
- primus versus à 5
- secundus versus à 4 Auff 2 Clavir
- tertius versus à 5
- quartus versus à 6
Johann Sebastian Bach, (1685-1750)
* Koraalbewerking over “Allein Gott in der Höh sei Ehr” BWV 662
* Præludium et Fuga C-dur BWV 547
Eugène Gigout (1844-1925)
- Grand Chœur Dialogué
Louis James Alfred Lefébure-Wely (1817-1870)
- Uit: Meditaciones Religiosas (1858, op. 122): Andante
Jehan Alain (1911-1940)
Maurice Duruflé (1902-1986)
Toelichting: De componisten Gigout en Lefébure-Wely schreven werken die echt in hun tijd pasten, en nog steeds buitengewoon plezierig zijn om uit te voeren. Het Grand Chœur Dialogué heeft een dubbelkorige structuur. Het kan worden gespeeld op één orgel, op twee orgels, of met orgel en koperkwintet. In dit geval klinkt elke aanhef op de Trompet van het orgel, en de herhaling op het volle werk.
Het Andante van Lefébure-Wely biedt een melancholische melodie, omspeeld met vrolijke, bijna kitscherige vogelgeluidjes erboven. Het geheel heeft een evenwichtige en voorspelbare structuur.
De uiterst veelbelovende componist en organist Jehan Alain kwam om tijdens gevechten in 1940, het begin van de Tweede Wereldoorlog. Kort tevoren was zijn ‘Litanies’ voltooid, een verdere uitbouw van in een eerder werk, Fantasmagories, al gebruikt materiaal.
De partituur is voorzien van het volgende commentaar: Wanneer de christelijke ziel in de nood geen nieuwe woorden vindt om het medelijden van God af te smeken, herhaalt zij zonder ophouden dezelfde aanroeping met een heftig geloof. De rede bereikt haar grens. Enkel het geloof zet zijn opgang voort.
Het litanie-motief, als eerste onbegeleid gespeeld, is niet aan een vast metrum gebonden maar niettemin erg ritmisch. Volgens het litanie-principe wordt het voortdurend herhaald. De afwisseling van de manualen doet een indruk ontstaan van een voorzang en een herneming ervan door een murmelende menigte. Af en toe verbreedt even het tempo. Het slot klinkt als een extatische schreeuw.
Het slotstuk van dit concert, de Prélude et Fugue van Duruflé, is geschreven ter nagedachtenis aan Jehan Alain. Uit de naam ‘ALAIN’ haalt Duruflé de 5 noten waarop het werk is gebaseerd: ‘A.D.A.A.F.’. Daarnaast klinkt ook het thema van de Litanies door in de prélude van Duruflé. Verder is de Prélude vol impressionistisch penseelwerk, terwijl de Fugue een gestage, bijna klassieke en op Bach lijkende opbouw kent, vol kaleidoscopische harmonieën, uiteindelijk uitmondend in een stralend fortissimo.
