Triolen
Bij een triool klinken er bijvoorbeeld drie kwartnoten in de tijdsduur van twee, en bij een kwintool bijvoorbeeld vijf zestienden in de tijdsduur van drie of vier. De vakterm hiervoor is antimetrische figuren.
Voor antimetrische figuren kent Lilypond het \times-commando:
\relative c' { c d \times 2/3 {e8 g e} \times 2/3 {d c d} | \times 2/3 {c4 e g} c2 }

Na \times volgt een breuk, bijvoorbeeld 2/3 (of 4/5 voor een kwintool), en daarna de muziek tussen accolades. De tijdsduur van de muziek wordt vermenigvuldigd met deze breuk.
De noemer van de breuk wordt afgebeeld boven de muziek. Een sextool van zes noten op de plek van vier kan dus beter worden aangegeven met 4/6 dan met 2/3, zoals het volgende voorbeeld illustreert:
\relative c' { \key bes \major \times 2/3 { r16 <d f>-. <f bes>-. <bes d>-.-> <f bes>-. <d f>-.} \times 4/6 { r16 <d f>-. <f bes>-. <bes d>-.-> <f bes>-. <d f>-.} }

Als de antimetrische figuur niet precies samenvalt met een waardestreep worden vierkante haken aan weerszijden van het getal genoteerd. »LP:Antimetrische figuren.
