Zelhem Lambertikerk

29 Jul 2005 - 15:30
29 Jul 2005 - 16:00

Dietrich Buxtehude (1637-1707)
* Toccata in F

Heinrich Scheidemann (1596-1663)
* Canzona in G

Melchior Schildt (1593-1667): Magnificat Primi Toni:
* melodie in tenor
* koraalfantasie
* ricercare
* melodie in tenor
* melodie in sopraan

Meer info over het orgel: www.lambertikerk.nl/orgel.

Toelichting: Dit concert is gewijd aan Noordduitse componisten. Sinds de restauratie in 2003 van het Lamberti-orgel klinkt deze muziek hier nog beter dan tevoren, ondermeer doordat het instrument momenteel bij wijze van experiment in een milde Neidhardt-stemming is gestemd.

Buxtehude’s Toccata is één van de vele voorbeelden van die prachtige, uitbundige Noordduitse barok. Het stuk opent met een reeks wilde guirlandes, daarna krachtig herhaalde akkoorden. Na enkele harmonische verwikkelingen gaat het eerste deel over in een fugatisch gedeelte: gelijke melodieën volgen elkaar op. De melodie die hier gebruikt wordt, doet duidelijk denken aan die van Dankt, dankt nu allen God, en is er mogelijk door geïnspireerd.

De Canzona (liedje, melodie) is een voorbeeld van hoe wereldlijke chansons werden gespeeld op toetsinstrumenten zoals het orgel. De melodie die de boventoon voert is duidelijk virtuozer dan de andere, en wordt dan ook op een apart klavier gespeeld. De echo’s die erin voorkomen verraden invloed van Scheidemann’s leraar, de Nederlander Jan P. Sweelinck.

Het grootste stuk van dit concert is het vijfdelige Magnificat van Melchior Schildt. Het magnificat is de lofzang van Maria. De gregoriaanse melodie van de eerste toon dient als uitgangspunt voor Schildt. De vijf bewerkingen hebben elk een andere structuur:

  1. Eenvoudige bewerking waarin de melodie in de tenor-ligging (middenlaag) uitkomt.
  2. De tweede bewerking is verreweg het langst, en bestaat uit een grote fantasie op elke motief dat er maar in de melodie verstopt zit. In vroeger tijden hadden orgels niet zoveel toetsen als vandaag de dag, en opmerkelijk is dat vele riedels en toonladders in dit gedeelte helemaal tot de in die tijd hoogste toon (a) lopen. Dit geeft de breedte aan waarin de componist de lofzang tot uitdrukking wil brengen!
  3. De derde bewerking is een ricercare (Italiaans voor probeersel, poging, onderzoek). Dat houdt in dat alle stemmen gelijkwaardig zijn, en steeds gecombineerd worden op een manier die “in elkaar past”. De aanhef van het magnificat (drie stijgende noten) wordt telkens vergezeld van een reeks noten in zeer kleine intervallen (chromatisch), waardoor een soms wringende spanning ontstaat. Een echte blue-note valt op, misschien wel de eerste in de muziekhistorie!
  4. De vierde bewerking heeft de melodie in de middenligging, terwijl twee gelijkwaardige stemmen daaromheen dartelen.
  5. De vijfde en laatste bewerking heeft de melodie van Maria’s lofzang weer in de bovenstem; deze wordt vergezeld van snelle en krachtige tegenstemmen.

Van dit concert is een live-opname te beluisteren! Gebruik een mediaspeler met ondersteuning voor de Ogg Vorbis-internetstandaard. Hulp bij Ogg Vorbis.

BijlageGrootte
zelhem-2005-07-29.m3u1.2 KB